Uitslag poll: AI gebruik in de praktijk
Eind januari vroeg ik in een poll waarvoor jullie AI het meest gebruiken. De vier opties waren: taal en formulering, formats en tools, strategische keuzes en reflectie, en als laatste ordenen en analyseren. Meer dan honderd mensen reageerden. Super leuk. Wat opviel: LinkedIn staat maar één keuze toe, maar in de reacties bleek dat veel mensen zich eigenlijk in meerdere opties herkenden. Dat zegt op zichzelf al iets.
1. AI wordt breed ingezet
Opvallend veel reacties luidden simpelweg: “voor alles” of “alle bovengenoemde zaken”. AI wordt dus niet meer gezien als een nichetool voor één specifiek onderdeel van het werk, maar als een algemene werkpartner. Herkenbaar!
Voor zelfstandigen is dat misschien nog het meest zichtbaar. Zonder collega’s om mee te sparren, fungeert AI als meedenkhulpje, klankbord en soms zelfs als tijdelijke teamgenoot. Niet alleen voor communicatievraagstukken, maar ook voor praktische zaken als IT-vragen of het structureren van ideeën. Dat brede gebruik laat zien dat AI al diep is doorgedrongen in de dagelijkse werkpraktijk.

2. Taal en redactie blijven de laagdrempelige instap
Tegelijkertijd lijkt taal, stijl en formulering voor veel communicatieadviseurs de meest vanzelfsprekende toepassing. Dat is logisch. Het is concreet, direct toepasbaar en relatief veilig. Je ziet meteen wat het oplevert en je kunt als professional altijd zelf de eindredactie doen. Wat de meesten ook doen.
Interessant was een reactie die het bijna omdraaide: is het zorgelijk dat we vooral taalgebruik met AI checken, of is het juist verstandig? Misschien is het beide. Het kan oppervlakkig blijven – een snelle poetsbeurt – maar het kan ook een manier zijn om scherper, toegankelijker en consistenter te communiceren. De kwaliteit zit niet in het gebruik op zich, maar in hoe bewust je het inzet.
AI voor taalgebruik kan ook leiden tot ‘algemene stukken’. Zo kreeg ik een reactie bij een taalfout in een van mijn LinkedIn posts. ‘Heb je dat express gedaan om te laten zien dat je het zelf hebt geschreven?” Nou, het eerlijke antwoord was dat ik soms snel en een beetje slordig ben.
3. Ordenen en analyseren groeit stilletjes
Minder zichtbaar, maar minstens zo interessant, is het gebruik van AI om te ordenen en analyseren. Een van mijn favorieten! Meerdere respondenten noemden het samenvatten van documenten, het clusteren van feedback of het structureren van complexe informatie.
Hier verschuift de rol van AI van teksthulp naar denkversneller. Niet alleen sneller schrijven, maar sneller begrijpen. In een vak waarin we vaak werken met veel input – intakes, beleidsstukken, reacties, onderzoeksdata – kan dat een groot verschil maken. Dit is misschien wel de toepassing die de meeste impact heeft op de kwaliteit van advies, zonder dat die altijd even expliciet wordt benoemd.
4. Strategie wordt gebruikt – maar minder expliciet
De optie “strategische keuzes en reflectie” werd minder vaak expliciet genoemd dan ik had verwacht. Toch bleek uit de reacties dat veel mensen AI wel degelijk inzetten als sparringpartner.
Dat roept een interessante vraag op: herkennen we ons eigen gebruik eigenlijk wel als strategisch? Of zien we het vooral als praktische ondersteuning? Of vinden we het eng dat AI strategische taken van ons over kan nemen? Terwijl juist in dat strategische domein veel potentieel ligt. AI kan helpen om aannames te toetsen, alternatieve scenario’s te verkennen en blinde vlekken zichtbaar te maken. Niet als beslisser, maar als kritische spiegel. Ik gebruik AI graag als ‘tegendenken’.
Misschien is dit de volgende ontwikkelstap voor ons vak: AI niet alleen inzetten voor productie of efficiëntie, maar ook voor scherpte en diepgang.
5. Experimenteren is normaal geworden
Wat uit vrijwel alle reacties spreekt, is dat experimenteren inmiddels normaal is. AI wordt uitgeprobeerd, aangepast, geïntegreerd in de eigen werkwijze. Voor sommigen is het al een vast onderdeel van de standaardtoolset.
Dat betekent dat we een fase voorbij zijn waarin de vraag was óf we AI gebruiken. De vraag verschuift naar hoe bewust, hoe systematisch en hoe professioneel we het inzetten. Blijft het individueel en impliciet, of maken we er gezamenlijke afspraken over? Wordt het een handig hulpmiddel, of een integraal onderdeel van ons vakmanschap? In mijn blog “AI en de communicatieafdeling; van experiment naar vaste waarde” ga ik hier dieper op in.
De volgende stap voor communicatieafdelingen ligt waarschijnlijk niet in méér experimenteren, maar in het expliciteren van keuzes. Waar zetten we AI bewust in? Waar niet? En wat betekent dat voor onze kwaliteit en verantwoordelijkheid als adviseur?
AI is in het communicatievak geen experiment meer, maar werkpraktijk. De uitdaging zit nu in de professionalisering ervan.
Huib Koeleman